Om…te

Proposition infinitive de but avec OM TE

Proposition infinitive de but avec OM TE

Complète les phrases avec une proposition infinitive de but (avec OM TE)
1. Ik ga vroeg slapen (niet moe zijn).
2. René zit in zijn fauteuil (naar het nieuws kijken).
3. We nemen een verrekijker (de vogels bekijken).
4. We reizen met het vliegtuig (naar Griekenland gaan).
5. Ze draagt een bril (naar het bord kijken).
6. Neem je je fototoestel (foto's maken)?
7. Ze houdt iemand tegen (de weg vragen).
8. Ik bel naar de inlichtingen (een telefoonnummer krijgen).
9. Ze gaat naar de frietkraam (frietjes eten).
10. De klas gaat naar het pretpark (lol maken).